In Brussel vindt men de grootste concentratie van verhoogde tegemoetkomingen. Maar liefst 1 op 3 Brusselaars krijgt er een. Dat staat in fel contrast met met Vlaanderen, waar amper iets meer dan 1 op 6 een verhoogde tegemoetkoming krijgt en zelfs met Wallonië waar dat cijfer 1 op 4 is. De cijfers werden gepubliceerd in PAL na onderzoekswerk van het Vlaams & Neutraal Ziekenfonds (VNZ), dat een splitsing van de ziekte- en invaliditeitsverzekering eist.
Eind 2025 maakte maar liefst 21,7 procent van alle Belgen gebruik van de verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering. Dat wil zeggen dat ze onder meer slechts 1 euro remgeld moeten betalen bij de dokters. Maar de communautaire verschillen binnen België blijven enorm. In Vlaanderen is dat cijfers immers maar 17,62%. In Wallonië en Brussel daarentegen gaat het respectievelijk om 25,05% en 35,59%.
Ook andere uitgaven zijn sterk verschillend. In Wallonië werd 3.138,69 euro uitgegeven aan gezondheidszorguitgaven per persoon, beduidend meer dan in dan in Vlaanderen (3.072 euro). Wat misschien het meest opvalt is echter het aantal uitkeringsdagen. Waar het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië tien jaar geleden nog 4 dagen bedroeg, is dat intussen opgelopen tot 6,1 dagen méér per titularis. Dat is 23 procent méér aan Waalse uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid of invaliditeit.
Daartegenover staat dat de Vlaming veel meer bijdraagt. Zo’n 11.186 euro aan sociale zekerheidsbijdragen per persoon tegenover amper 9.320 euro voor een Franstalige. Met andere woorden en zoals vaker in dit land: de Vlaming draagt meer bij aan de schatkist en haalt er minder uit. Het VNZ eist daarom een splitsing van de ziekte- en invaliditeitsverzekering.
Lees het volledige onderzoek in PAL.
