De schade die ontstond tijdens de betoging in Brussel blijft nazinderen. Wat begon als een vakbondsactie, mondde uit in zware rellen met aanzienlijke vernielingen aan overheidsgebouwen, waaronder de DVZ. De kosten voor herstel lopen intussen op tot een bedrag dat volledig op de belastingbetaler zal vallen. “De kans is klein dat het gemaskerde crapuul voor de kosten zal opdraaien”, vertelt Van Belleghem. Volgens haar is het onaanvaardbaar dat zulke schade zonder gevolgen blijft, terwijl de rekening telkens bij de burger terechtkomt.
“In de raming zitten onder meer de opkuiswerken vervat, evenals het voorlopig afsluiten van de ramen en de toegang, de vernieuwing van de ramen en het glaswerk, de nieuwe hoofingang, de extra bewaking die gedurende een bepaalde periode noodzakelijk was, het herstel van de slagboom van de parking, en de vernieuwing van de camera’s”, stelt Van Belleghem. “De actuele kostenraming bedraagt dus ongeveer 200.000 euro.”
Rellen, vernielingen en gewonden
Tijdens de ongeregeldheden werden ramen en toegangsdeuren van het DVZ-gebouw ingeslagen. Gemaskerde groepen probeerden het gebouw binnen te dringen, terwijl ook in de omgeving schade werd aangericht, onder meer aan straatmeubilair en camerainstallaties. Meerdere medewerkers raakten gewond.
Het Vlaams Belang blijft intussen pleiten voor een harde aanpak. Ondanks politieke veroordelingen van het incident door de minister die bevoegd is voor DVZ, Anneleen Van Bossuyt (N-VA) en haar collega Theo Francken (N-VA), blijft concrete actie uit. “Antifa staat nog steeds niet op de lijst van terreurorganisaties”, besluit Van Belleghem. “Blijkbaar is het dus eerst nog wachten tot de terreur van de linkse extremisten tot doden leidt. En dat is tenslotte maar een kwestie van tijd.”