14.3 C
Brussel

“Gendertheorie is pseudowetenschappelijk”

Gepubliceerd:

- Advertisement -

In zijn maandelijkse column ‘Kompas’ biedt Philip Roose een diepgaande analyse over trangenderisme. De filosofische dominantie van de gendertheorie, het terzijde schuiven van de wetenschap en de sociale gestuurdheid ervan worden onder de loep genomen.

De Middelleeuwse theoloog Thomas van Aquino (1225-1274) liet aan het begin van zijn lessen een appel zien aan zijn studenten en zei daarna: “Dit is een appel. Wie het er niet mee eens is, kan vertrekken”. De geleerde dominicaan wilde hiermee duidelijk maken dat niet het denken de realiteit bepaalde, maar wel de realiteit het denken. Dit staat in schril contrast met de huidige postmoderne visie op de wereld.

Hoogmoed

De ijdele westerse mens denkt de rol van God te kunnen overnemen door zelf de realiteit te scheppen. In de huidige narcistische en hedonistische samenleving zijn christelijke waarden als nederigheid en bescheidenheid dan ook een nadeel dan een voordeel. Het zondige superbia (trots, hoogmoed) verblindt de mens en maakt het onmogelijk werkelijkheid te observeren en erover te discussiëren zoals ze is.

De realiteit aan het eigen wereldbeeld willen aanpassen, is echter niet zonder gevaar en heeft in het verleden reeds veel leed veroorzaakt. Het is echter wel de hoofdreden waarom men vandaag wil geloven dat de mens iets anders kan zijn of worden dan wat door de biologie – de realiteit – is vastgelegd. Het wegvallen en de afbraak van de religieuze, culturele en sociale ijkpunten in het Westen, maakt dat de gedesoriënteerde burgers vandaag veel sneller gemanipuleerd en misleid kunnen worden.

Twijfel

Een van de populairste debattechnieken van progressief is de gesprekspartner te beschuldigen van ‘het ontkennen van de wetenschap’. Hangt u niet aan de lippen van klimaatactiviste Greta Thunberg? Kimaatontkenner! Wil u een kritische analyse van de regeringsmaatregelen tegen Covid-19? Zwijgt ongevaccineerde wappie! Vindt u niet dat mensen van geslacht kunnen veranderen? Transfoob! En ga zo maar voort.

De afwezigheid van twijfel of kritiek, of de mogelijkheid ertoe, is echter ironisch genoeg de ontkenning zelf van de wetenschappelijke methode die bestaat uit hypothesen, experimenten, verbeteringen, herroepingen. In de 17 eeuw schreef de Franse filosoof René Descartes (1596 – 1650) reeds “Cogito ergo sum” (“Ik denk, dus ik ben”). Het simpele feit dat de mens twijfelt, impliceert dat ie bestaat. De kerkvader Augustinus (354-430) beweerde het een millennium eerder: “Si fallor, sum” (“Indien ik mij vergis, besta ik”).

Sciëntisme

Wat progressieven in deze discussies wetenschap noemen, lijkt eerder op het 19e-eeuwse sciëntisme. Deze pseudowetenschappelijke stroming vond dat filosofische, religieuze of humanistische interpretaties van het leven niet tot ware kennis over het leven konden leiden. Een visie die vandaag zowel ter linker- als ter rechterzijde in Vlaanderen veel aanhangers kent. De roep naar een louter ‘evidence based policy’ wordt steeds luider, niettegenstaande dat die ‘evidences’ het onderwijsniveau bijvoorbeeld deden dalen naar historische dieptes.

Progressieven beweren altijd hoogmoedig dat de eigen politieke standpunten louter wetenschappelijk onderbouwd zijn omdat daaruit volgt dat zij als enige de objectieve, onweerlegbare waarheid op zak hebben. Conservatieve tegenstanders, die wel rekening houden met wat reeds bestaat en de complexiteit van de mens en samenleving onderschrijven, zijn dan niet alleen per definitie verkeerd, maar ook nog eens onwetend (domrechts) of erger: te kwader trouw (slecht). Debatten zijn daarom overbodig, en liefst zet men er nog een cordon sanitaire omheen.

Marxisme

De linksliberalen lijken wel erfgenamen van het historisch materialisme. Ook zij dachten vanuit een sociaalwetenschappelijke theorie – het marxisme – de waarheid (Pravde) in pacht te hebben. Meestal met heel tragische gevolgen voor de bevolking die hun ‘wetenschappelijk’ beleid onderging. Een voorbeeld daarvan was het Lysenkoïsme in de jaren 30 in de Sovjet-Unie, onder leiding van de Russische bioloog Tofim Lysenko (1898-1976). Kort na de Tweede Wereldoorlog bedacht die een geheel eigen versie van de genetica.

Zijn erfelijkheidstheorie was dan wel in strijd was met de wetten van Mendel (en met alles wat we nu van DNA weten), maar niet met het marxisme. Onder Stalin werd dit pseudowetenschappelijke Lysenkoïsme de officiële leer van de Sovjet-Unie, en werd iedereen die het tegensprak de laan uitgestuurd of zelfs gevangengezet in de goelags. De landbouwpolitiek die op Lysenko’s theorie was gebaseerd, droeg daarna bij aan de hongersnoden in de Sovjet-Unie en in het China van Mao.

Vandaag beleeft onze westerse samenleving ook een Lysenko-moment, en weer uit progressieve hoek. Zo wordt de pseudowetenschappelijke gendertheorie in steeds meer landen tot een onbespreekbaar dogma verheven, en zelfs tot mensenrecht gepromoveerd. Op stalinistische wijze wordt vandaag de academische wereld gezuiverd van kritische elementen (want welke democraat is er nu tegen mensenrechten?). Ook de conservatieve burger riskeert vervolging wegens ‘haatspraak’ indien men zich niet schikt naar de progressieve visie op diversiteit en inclusiviteit.

Geslacht

Het is belangrijk om eerst en vooral de sociaalwetenschappelijke genderstudies niet te verwarren met de seksuologie. Alleen die laatste gebruikt de wetenschappelijke kwantitatieve methode. De seksuologie, of de wetenschap die de menselijke seksualiteit bestudeert in al haar facetten, leert ons dat het biologische geslacht wordt bepaald door gameten (< Gr. gamos=huwelijk) of geslachtscellen. Daarvan zijn er maar twee soorten: mannelijke sperma en vrouwelijke eicellen.

De voortplanting (en de geslachten) zijn dus per definitie binair. Ook het bestaan van hermafroditisme spreekt het seksuele binaire karakter van de mens niet tegen. Ten eerste is dit een zeer zeldzame aandoening (tussen 0,20% tot 0,50% van de bevolking) en ten tweede kunnen hermafrodieten slechts één type gameten produceren. Het is ook niet omdat er mensen geboren worden met meer of minder dan tien vingers, dat men ontkent dat de menselijk ras tien vingers heeft.

Gender

Niet alleen het geslacht maar ook de genderidentiteit wordt biologisch bepaald. Vanaf zeven weken na de bevruchting wordt de baby in de baarmoeder blootgesteld aan verschillende hormonen, afhankelijk van het geslacht. Dit proces is verre van onbelangrijk want het verandert de evolutie van de hersenen, waardoor men meer of minder mannelijk of vrouwelijk gedrag gaat vertonen.

Hormonen laten onuitwisbare sporen achter in het individu. Meer testosteron in het lichaam geeft bijvoorbeeld meer visueel-ruimtelijke en instrumentele vaardigheden, minder testosteron zorgt dan weer voor meer ontwikkelde sociale vaardigheden en empathie. Het feit dat niet alle mannen alfa’s zijn en niet alle vrouwen barbies, komt voort uit de variabiliteit van de testosteronniveaus in de baarmoeder.

Homoseksualiteit

De jonge leeftijd van de moeder, haar gewichtstoename, bepaalde hormonale behandelingen, de genetica zelf of willekeurige variaties kunnen zich vertalen in hogere testosteronniveaus, zelfs voor vrouwelijke foetussen, waardoor die later meer uitgesproken mannelijke kenmerken zullen bezitten. Studies tonen aan dat veranderingen in hormoonspiegels in de baarmoeder in verband kunnen worden gebracht met homoseksualiteit en genderdysforie.

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de hypothalamus van homoseksuele mannen meer lijkt op die van vrouwen dan op die van heteroseksuele mannen. De hypothalamus is een deel van de hersenen dat de voeding, de vechtlust, angst en, niet verrassend, ook de geslachtsgemeenschap reguleert. Met andere woorden, seksuele geaardheid is aangeboren en onveranderlijk. Om deze reden kunnen redelijke mensen conversietherapieën, waarbij men van homoseksuelen heteroseksuelen probeert te maken, alleen maar afkeuren.

Autogynefilie

Daarnaast is er ook nog autogynefilie. In deze gevallen voelt de man zich niet aangetrokken tot het mannelijk lichaam, zoals bij homoseksuelen gebeurt, maar voelt hij opwinding als hij zichzelf als vrouw verkleedt. Autogynefilie ligt aan de oorsprong van travestie en kan leiden tot homoseksuele praktijken, maar daarbij is de bron van opwinding niet het lichaam van de partner maar het zich gedragen als een vrouw. Bij veel autogynefielen stelt men tegenwoordig onterecht de diagnose van genderdysforie, waardoor ze zichzelf voorbereiden op een onnodige overgang met verregaande operaties en behandelingen.

Genderdysforie

Ook genderdysforie, waarbij men een sterk gevoel van onvrede heeft met het geslacht waarmee men geboren en opgegroeid is, is binair omdat het steeds handelt over de keuze tussen de twee natuurlijke geslachten, waarbij de hersenen niet overeenkomen met het lichaam. Genderdysforie komt al op jonge leeftijd voor maar bij de meeste kinderen verdwijnt dat later weer. Het is dan ook aangewezen om voorzichtig te zijn met een complete sociale rolwisseling of met medische (onomkeerbare) behandelingen bij minderjarigen.

De echte transgender is degene die, lijdend aan dysforie, medische en sociale stappen zet richting het andere geslacht. Gezien een mens uiteindelijk nooit van biologisch geslacht kan veranderen, beslist uiteindelijk de samenleving via wetgeving, en de burger via sociale omgang, indien transseksuelen al dan niet als vrouw of man beschouwd zullen worden.

Gendertheorie

De gendertheorie is een pseudowetenschappelijke overtuiging dat het ‘biologische’ geslacht en het ‘sociaal-culturele’ gender volledig los staan van elkaar, en zelfs een keuze zijn. Dit betekent eigenlijk impliciet dat men er ook voor zou kunnen kiezen om geen homo te zijn. Progressief opent zo ironische genoeg de deur weer naar onwetenschappelijke bekeringstherapieën.

Genderfluïditeit, non-binaire genderidentiteit of andere genderexpressies zijn geen medische aandoening, maar een manier om aandacht te krijgen in narcistische tijden. Veel kwetsbare en beïnvloedbare jongeren wensen op te vallen en toegelaten te worden tot de heersende mode die vandaag gepromoot wordt door de progressieve culturele elite. Veel zelfbenoemde non-binairen zijn gewoon pubers die niet goed in hun vel zitten.

Puberteitsblokkers

De therapeutische benadering – of de enige mogelijke wetenschappelijk benadering van dysforie – wordt nu door ideologische verblinde experts veroordeeld als transfobisch. Volgens hen mag geen enkele vraag gesteld worden die twijfel zou kunnen doen ontstaan over de werkelijke bereidheid van de (minderjarige) patiënt om van geslacht te veranderen, maar moet die overgang zo snel mogelijk beginnen. Zo wordt er ook in Vlaanderen gepleit voor onomkeerbare medische ingrepen bij kinderen.

In de Verenigde Staten wordt in veel gevallen worden al bij het eerste of tweede bezoek hormonale therapieën voorgeschreven aan zeer jonge patiënten om hun puberteit te blokkeren. Dit ondanks statistieken die stellen dat tussen de 60% en 90% van de dysfore kinderen tijdens de puberteit niet langer dysforisch zijn. Om de weerstand bij de ouders te overwinnen, wordt er vaak met onjuiste zelfmoordstatistieken onder transgenderkinderen gezwaaid.

De langetermijneffecten van puberteitsremmers, die zijn uitgevonden om een vroege puberteit te blokkeren en niet om ze te stoppen, zijn niet bekend. Bepaalde fysieke functies zullen misschien nooit meer kunnen worden hersteld bij kinderen waarbij de dysforie voorbijgaand was. Erger, de puberteitsblokkers blokkeren het proces dat dysforie oplost bij het merendeel van de pubers. De voorkeur aan invasieve, onuitwisbare en tevens dure chirurgie door progressieve experts lijkt ook ingegeven door het verdienmodel dat erachter zit.

Mode

Er is nog iets vreemds aan de gang. Tot tien jaar geleden ontstond dysforie altijd voor de puberteit. De enige relevante gevallen waarin het tijdens de puberteit optrad, waren die van mannelijke adolescenten met autogynefilie. Het afgelopen decennium explodeerde het aantal adolescente meisjes dat, zonder ooit eerder tekenen van dysforie te hebben vertoond, jongen wil worden.

Wetenschappers onderzochten dit fenomeen en hebben tot nu toe ontdekt dat 60% van deze transgender-adolescenten ten minste één andere psychische stoornis heeft. Diegenen met autisme zijn het meest kwetsbaar, omdat ze geneigd zijn zich maniakaal te fixeren op het idee. 40% van hen heeft ook minstens één transgendervriend.

Daarenboven verlangen ze ook naar de status van transgender omdat het hen een sociaal aanzien geeft in tijden waar de regenboogideologie de (sociale) media beheerst. Het heeft hen ook een betere bescherming tegen pesten. Het komt ook relatief vaak voor dat meisjes, na seksuele intimidatie of aanranding te hebben ondergaan, jongens willen worden, alsof ze zich tegen dit soort misbruik willen verdedigen.

Detransitie

Sommige transgenders, meestal vrouwen, besluiten echter later tot een detransitie: het terugkeren naar de oorspronkelijke gender. Hun aantal wordt ook onderschat omdat het meestal in private kring plaatsvindt en onderzoekers niet te veel zin hebben om het fenomeen te bestuderen gezien het tegen de eigen genderideologische overtuiging ingaat.

Ook marxisten waren, en zijn, niet echt happig om de ‘vergissingen’ in naam van het communisme te onderzoeken. Er zijn zelfs artsen die uit angst om als transfoob te worden aanzien, weigeren patiënten in hun detransitie te helpen. En niettegenstaande de genderstudies voortkomen uit de vrouwenstudies, betalen de vrouwen weer de hoogste prijs.

In landen als Groot-Brittannië en de Verenigde Staten worden mannelijke gevangenen die zichzelf als vrouw ‘outen’, en dit zonder enige vorm van medische behandeling, als zodanig behandeld en overgeplaatst naar vrouwengevangenissen. Vrouwelijke gedetineerden moeten hun cel delen met mannelijke gedetineerden, waaronder veroordeelde verkrachters.

In vele sporten mogen biologisch mannelijke atleten deelnemen aan competities voor vrouwen, zelfs als hun testosteronniveau zes keer zo hoog is als dat van een gemiddelde vrouw. Het onderdrukken van het testosterongehalte vermindert de spierkracht ook niet. Andere mannelijke kenmerken onder invloed van hormonen uit het verleden, verdwijnen eveneens niet zomaar.

Constructivisme

Gendertheoretici behoren tot het constructivisme, waarbij de nadruk ligt op het feit dat kennis tot stand komt door een actieve menselijke vormgeving ervan, eerder dan een passieve representatie van de werkelijkheid. Voor constructivisten zijn er geen natuurlijke en objectieve realiteiten, zoals Aquino beweerde, maar alles is sociale constructie.

Daarom beweren ze dat een vrouw of een man zich aangetrokken moet voelen tot een andere persoon op basis van hoe die zichzelf identificeert en niet op wat die biologisch is. Een heteroman die weigert om te gaan met een man die beweert een vrouw te zijn, is daarbij transfobisch. Dit hangt samen het veronderstelde ‘kunstmatige’ karakter van schoonheid, waarvoor het verkeerd zou zijn om objectief een atletisch en goed gevormd lichaam mooier te vinden dan een slap en misvormd lichaam.

Biologie

Gendertheoretici ontkennen de biologische evolutie die leidden tot de seksuele verschillen tussen mannen en vrouwen om tot voortplanting te komen. Aangezien bijvoorbeeld seks een veel grotere investering is voor vrouwen (die zwanger kunnen worden) dan voor mannen, vertoont de eerste een selectiever gedrag en de tweede een meer competitief ingesteldheid. Studies tonen ook aan dat deze vrouwelijke selectie strenger wordt wanneer de vrouw in haar vruchtbare periode is.

Dergelijk gedrag is natuurlijk, en niet aangeleerd of gedicteerd door het kwaadaardige ‘patriarchaat’. Ook de normen voor de vrouwelijke schoonheid zijn geen sociale constructie maar een product van evolutie: mannen zoeken naar uiterlijke tekenen van gezondheid en voortplantingsvermogen bij hun partner. Een smalle taille zijn een eigenschap die de meeste mannen vaak waarderen bij vrouwen. Het zijn tekenen dat de vrouw niet zwanger is of nog niet veel kinderen heeft gehad.

Lysenkoïsme

Helaas zitten we vandaag weer in een nieuwe fase van Lysenkoïsme die de hele westerse cultuur raakt: de progressieve ideologie heeft de wetenschap overgenomen. Maar activistische wetenschap, hoe gepassioneerd of goedbedoeld ook, is geen wetenschap. Veel wetenschappers censureren zichzelf uit angst voor lynchpartijen in de media die hen hun carrière kosten. De meest gewetenloze mensen omarmen de antiwetenschappelijke slogans omwille van de media-aandacht en/of persoonlijk gewin.

Onze kinderen worden in klaslokalen onderworpen aan onophoudelijke propaganda. Aan de ouders wordt in boekhandels hetzelfde voorgeschoteld met pseudowetenschappelijke teksten. Ook de invloed van de progressieve media mag nooit worden vergeten. Het is aan de conservatieven om degenen die zich nog steeds verzetten te verdedigen en de anderen op alle mogelijke manieren terug te winnen.

Indien we onze kinderen een sprankje beschaving willen nalaten en geen dystopisch experiment uitgevoerd door een minderheid van ideologisch verblinde fanatici, dan moeten we nu reageren.

Philip Roose
Philip Roose
Philip Roose (Brugge, 1979) studeerde geschiedenis en marketing en management. Thans woont hij in Catania (Sicilië) en exporteert Italiaanse wijnen. Hij is co-auteur van het boek ‘Bella Figura: Waarom de Italianen zo Italiaans zijn?’

Gerelateerd

Meest gelezen